|
|
Berekeningsmethodiek
Deze tekst moet nog gecontroleerd worden op branche specifieke content
In dit kennissysteem wordt een arborisico en een milieurisico berekend van de verschillende processtappen die in de rubberindustrie voorkomen. Hierbij is uitgegaan van een gemiddeld bedrijf. Het arborisico wordt bepaald door het gevaar van de stoffen (welke gezondheidseffecten kunnen de stoffen veroorzaken) en de blootstelling aan de stoffen (geen blootstelling, geen risico). Het milieurisico wordt bepaald door het gevaar van de stoffen (welke effecten kunnen zij in het milieu aanrichten) en de emissie van de stoffen (als de stof niet in het milieu terecht komt is er ook geen risico).
Arborisico
Per processtap is het arborisico bepaald. Bij het vaststellen van het arborisico is zoveel mogelijk uitgegaan van 'echte' gegevens, zoals blootstellingsmeetgegevens en MAC (1) - of TLV (2) -waarden. Als deze niet voorhanden waren, is de blootstelling geschat en een indicatieve grenswaarde afgeleid.
Het arborisico wordt uitgedrukt in vier niveau's: rood, oranje, geel en groen, waarbij rood het hoogste risico is en groen geen of een acceptabel risico betekent. Om het risico te bepalen wordt de blootstelling met de grenswaarde vergeleken: Blootstellingsquotient BQ = blootstelling/grenswaarde.
| BQ | Risicoscore | Toelichting |
| BQ>1 | rood | de blootstelling is gelijk aan of overschrijdt de grenswaarde |
| 0,5>BQ>1 | oranje | de blootstelling is tussen 50% van de grenswaarde en de grenswaarde |
| 0,1<BQ<0,5 | geel | de blootstelling ligt tussen 10 en 50% van de grenswaarde |
| BQ<0,1 | groen | de blootstelling is minder dan 10% van de grenswaarde |
| BQ onbekend | wit | de arbogevaarscategorie of de blootstelling is niet bekend |
Daarnaast geldt vanwege de minimalisatieplicht voor Zeer Ernstige Zorg (ZEZ) stoffen, dat indien blootstelling mogelijk is, de risicoscore rood is. ZEZ stoffen zijn carcinogene, mutagene, reprotoxische of zeer vergiftige (acuut) stoffen.
Blootstellingsgegevens
De methode voor het bepalen van de arborisicoscore is overgenomen uit de CD ROM "Kennissysteem Gevaarlijke Stoffen Rubberindustrie". In deze methode wordt gebruik gemaakt van defaultwaarden voor de blootstelling per processtap. De bepaling van deze default-waarden is zoveel mogelijk gebeurd op basis van gemeten gegevens uit de Nederlandse rubberindustrie. De bruikbaarheid van meetgegevens hangt sterk af van de kwaliteit van de betreffende dataset. Er zijn drie kwaliteitsniveaus gedefinieerd: niveau 1 (acceptabele kwaliteit), niveau 2 (goede kwaliteit) en niveau 3 (hoge kwaliteit). De beschikbare meetgegevens zijn in één van de drie kwaliteitsniveaus ingedeeld.
Niveau 1: acceptabele kwaliteit (+)
Een dataset wordt toebedeeld aan categorie 1 indien informatie beschikbaar is over de volgende items:
- statistiek: een gemiddelde (AM of GM) en/of range (min-max)
- recente data; bij voorkeur van na 1990
- PAS data krijgt voorkeur; goed en recente data van stationair kan ook
- meetstrategie moet beschreven zijn - bijv. representatieve of worst case sampling
Overdrachtcriteria: Metingen van meerdere studies/onderzoeken die aan bovenstaande criteria (niveau 1) voldoen en samen in totaal uit meer dan 10 metingen bestaan (excl. stationair metingen), kunnen als een datareeks kwalificeren voor niveau 2 (expert judgement).
|
Niveau 2: goede kwaliteit (++)
Een dataset wordt toebedeeld aan categorie 2 indien informatie beschikbaar is over de volgende items:
- eisen niveau 1
- statistiek: AM en/of GM en informatie over de variatie (SD of GSD)
- > 10 metingen
- bij voorkeur 60 minuten+ metingen
- Europese data (voorkeur)
- taak en/of functie; werkzaamheden (beschrijving)
- info over determinanten
- geen stationair metingen
- schattingen dmv modellen ook meegenomen
Voldoet aan niveau 1 en 2. Data van een studie / onderzoek waarbij 10 metingen of meer per processtap wenselijk zijn.
Overdrachtcriteria: Als meerdere van deze studies beschikbaar zijn, dan kan deze gebundeld worden (expert judgement) en de resulterende datasets worden overgedragen naar niveau 3.
|
Niveau 3: hoge kwaliteit (+++)
Een dataset wordt toebedeeld aan categorie 3 indien informatie beschikbaar is over de volgende items:
- eisen van niveau 2
- statistiek: ideaal gezien de 'ruw data' - als min-max waardes niet bekend zijn, kan 5-95 percentiele gebruikt worden
- NL data bij voorkeur
- Bij voorkeur degelijk analyse van determinanten
|
Meetgegevens van het hoogste kwaliteitsniveau krijgen vanzelfsprekend prioriteit. Als de datasets in het hoogste niveau voldoende geacht werden om conclusies op te baseren, zijn datasets van mindere kwaliteit buiten beschouwing gelaten. Een vuistregel was dat tenminste 3 datasets of 50 metingen bekend moesten zijn voor evaluatie. Dit houdt dus in dat op basis van 'expert judgement' meerdere kwaliteitsniveaus samen gebruikt konden worden om aan deze criteria te voldoen. Als er alleen gegevens van kwaliteitsniveau 1 beschikbaar waren, zijn deze als indicatieve gegevens beschouwd. Uit de beschikbare meetgegevens wordt het geometrische gemiddelde per processtap genomen als default waarde voor 8 uurs blootstelling.
Sommige werkzaamheden (bij afwegen en aanvoer van grondstoffen) met specifieke stoffen nemen niet daadwerkelijk 8 uur in beslag, waardoor de afgeleide 8 uurs waarde een overschatting van het werkelijke 8 uurs blootstellingsniveau geeft. Om hiermee rekening te kunnen houden is op basis van het soort stof dat het betreft (versneller, anti-oxidant, vlamvertrager, vulmiddel, e.d.) een inschatting gemaakt door de klankbordgroep hoe lang werknemers tijdens een werkdag aan de betreffende stoffen blootgesteld kunnen worden. Deze taakduur is verrekend door de 8 uurs waarde te vermenigvuldigen met de percentage tijd dat een werknemer die betreffende stofgroep afweegt per dag. Als voorbeeld: 3.5 mg/m 3 * 0.5/8 = 0.22 mg/m 3, bij een afgeleide 8 uurs waarde van 3.5 mg/m 3 met een half uur daadwerkelijke blootstelling per shift.
Geschatte blootstelling
Indien er van een bepaalde processtap geen of onvoldoende meetgegevens beschikbaar waren, is gebruik gemaakt van het model EASE (3) om de blootstelling in te schatten. Dit model geeft aan de hand van een aantal parameters m.b.t. vluchtigheid/stoffigheid van de stof, wijze van gebruik van de stof en aanwezige beheersmaatregelen, een grove inschatting van de blootstelling aan die stof tijdens de processtap. Hiervoor is informatie nodig over de daadwerkelijke taken die een werknemer uitvoert bij de betreffende processtap. EASE geeft een blootstellingsrange, gebaseerd op het 25 en 75 percentiel. De 8 uurs waarde die als default is vastgesteld, is een gemiddelde van deze percentielen.
MAC-waarden of TLV -waarden
Het kennissysteem maakt gebruik van stofgegevens uit de RGS (4) database. Hierdoor zijn de risicoscores alleen gebaseerd op stoffen die in deze database aanwezig zijn. Indien aanwezig, worden MAC-waarden of TLV waarden uit de database gebruikt.
Indicatieve grenswaarden
Niet alle stoffen hebben een MAC- of TLV-waarde. Aangezien de gevaarscategorieen, conform de SOMS (5) criteria, en grenswaarden in feite worden afgeleid van dezelfde testen (R-zinnen) is van iedere stof de gevaarcategorie bepaald en de daarbij behorende indicatieve grenswaarde vastgesteld.
| SOMS categorie | Indicatieve grenswaarde |
| ZEZ | 0.001 mg/m3 of 0.05 ppm |
| EZ | 0.01 mg/m3 of 0.5 ppm |
| Z | 0.1 mg/m3 of 5 ppm |
| GZ | 10 mg/m3 of 500 ppm |
Milieurisicoscore
Per processtap is een milieurisicoscore bepaald. Er is geprobeerd zoveel mogelijk van 'echte' gegevens uit te gaan, zoals emissiemeetgegevens en grenswaarden uit de Nederlandse emissierichtlijn (NeR). Emissiemeetgegevens bleken nauwelijks voorhanden. Daarom is besloten te werken met emissiecategorieën. Op basis van de beperkte emissiegegevens die er wel zijn, zijn emissiecategorieën vastgesteld.
| Emissie (kg/jaar) | Emissiecategorie |
| 0-1 | laag |
| 1-100 | middel |
| 100-10.000 | hoog |
| >10.000 | zeer hoog |
Vervolgens is met een klankbordgroep, waarin diverse bedrijven zitting hadden, vast gesteld in welke emissiecategorieën stoffen vallen. Omdat het ondoenlijk is voor alle stoffen die in de rubberindustrie worden toegepast op deze wijze emissiecategorieën vast te stellen, is geconcentreerd op de prioritaire stoffen voor de rubberindustrie. Dit is een uittreksel van de Prioriteitslijst van VROM, van toepassing voor de rubberindustrie. Dit heeft het volgende resultaat opgeleverd:
| Stof | Processtappen | Emissiecat. | Informatiebron |
| Benzeen | Solutioneren | Middel | 3, 6, 8 |
| Dichloormethaan | Solutioneren | Hoog | 1, 2, 3, 6 |
| Etheen (6) | | Middel | 3, 2 |
| Formaldehyde | Compounderen (mengen) Hechtmiddel Kalanderen Vulkaniseren | Middel Laag Laag Laag | 1, 2, 3, 4, 6 |
| Ftalaatesters | Compounderen (afwegen, mengen) Extrusie/spuiten Kalanderen Vulkaniseren | Middel Middel Laag Laag | 1, 4, 6, 7 |
| Nitrosamines (7) | Compounderen (mengen) Vormgeven (spuiten, kalanderen) Vulkaniseren (na extrusie of persvulkanisatie) Opslag gereed product | Laag Laag Middel Middel | 4, 5, 7 |
| PAK's | Compounderen (mengen, afkoelen) Vormgeven (opwarmen, kalanderen, spuiten) Vulkaniseren (na extrusie of persvulkanisatie) Opslag gereed product | Laag Laag Laag Laag | 2, 4, 5, 8 |
| Rubberdamp (8) | Compounding (mengen) Vormgeven (kalanderen, spuiten) Vulkaniseren (na extrusie of persvulkanisatie) | Hoog Laag Zeer hoog | 4, 5, 6 |
| Stof (fijn) | Compounderen (aanvoer, afwegen) Extrusie (talk) Slijpen Afwerken product | Zeer hoog Hoog Hoog Hoog | 4, 6, 7 |
| Tetrachlooretheen | Solutioneren | Middel | 1, 2, 3, 6, 8 |
| Tolueen | Ontvetten/hechtmiddel Persvulkanisatie Solutioneren | Middel Laag Zeer hoog | 2 4 6 |
| Trichlooretheen | Ontvetten | Hoog | 2, 7 |
| VOS totaal (hexaan, MEK, MIBK, benzine, methanol) | Solutioneren | Zeer hoog | 2, 6 |
Informatiebronnen:
- Stoffenlijst milieujaarverslaglegging voor rubber en kunststof (FO-Industrie, 2001);
- Voorbereiding intentieverklaring rubber- en kunststofverwerkende industrie (Bouwman, 1999);
- Emissieregistratie (TNO-MEP);
- Overleg klankbordgroep met 3 middelgrote bedrijven d.d. 23-4-03;
- Overleg Roel Vermeulen over gehaltes nitrosamines en PAK's in rubberdamp;
- Overleg twee grote bedrijven per e-mail;
- Emissiefactoren Kunststof- en rubberverwerkende industrie (VROM, 1993);
- Commentaarronde klankbordgroep na de bijeenkomst d.d. 11-06-03;
Deze emissiecategorieën worden gebruikt om de milieurisicoscore per processtap te bepalen, volgens onderstaand schema.
| | Emissie » |
| Milieugevaarscategorie | Zeer hoog | Hoog | Middel | Laag |
| Zeer Ernstige Zorg (ZEZ) | Rood | Rood | Rood | Rood |
| Ernstige Zorg (EZ) | Rood | Oranje | Oranje | Geel |
| Zorg (Z) | Oranje | Geel | Geel | Groen |
| Geringe Zorg (GZ) | Geel | Groen | Groen | Groen |
Voor de indeling van stoffen in gevaarscategorieën worden de stofgegevens uit de RGS database gebruikt. Voor situaties waarin te weinig gegevens voor handen zijn om volgens bovenstaande tabel risicoscores toe te kennen wordt de volgende procedure gehanteerd:
Processtappen komen in ID (wit) als de gevaarscategorie van de door VROM geprioriteerde stoffen ontbreekt. Deze stoffen hebben dan dus wel een emissiecategorie, maar geen gevaarscategorie. Processtappen komen ook in ID als de gevaarscategorie van de stoffen ZEZ of EZ is, maar geen van de processtappen heeft een emissiecategorie gekregen. Alle andere combinaties geven groen.
Voor meer informatie omtrent de gebruikte berekeningsmethodiek en achterliggende informatie wordt verwezen naar het rapport 'Online kennissysteem gevaarlijke stoffen in de rubberindustrie - conceptplan en verantwoording-', M. le Feber, J. Gijsbers en M. Groenewold, TNO-rapport V5345, TNO Voeding te Zeist.
N.B.
Voor het bepalen van de milieugevaarscategorie zijn de volgende milieugegevens nodig: persistentie, bioafbreekbaarheid en ecotoxiciteit. Voor geen enkele stof zijn al deze 3 gegevens en de emissie beschikbaar, vandaar dat in het systeem de milieurisicoscore nu overal wit is, wat duidt op onvoldoende gegevens (insufficiënt data). In de RGS-database is nu door de RGS-werkgroep wel voorzien in een aantal vaste velden waarin deze gegevens kunnen worden opgenomen. Bovendien is het nu softwarematig mogelijk om de RGS-gegevens direct te importeren in het kennissysteem. Het kennissysteem is klaar om, zodra deze milieugegevens beschikbaar komen, de milieurisicoscore te berekenen.
|
|
|
|